Spelletjes te paard doen we meestal aan het einde van de les. Of soms – met mooi weer – doen we een uurtje alleen spelletjes, bijvoorbeeld zonder zadel. Afhankelijk van het niveau van de ruiters is het een eenvoudig spel als Annemaria Koekkoek of een spel voor gevorderden zoals Galopspel. Hieronder een overzicht van spelletjes te paard die we regelmatig doen tijdens onze moeder-dochterweekends en vriendinnenvakanties.

Annemaria Koekkoek
Alle ruiters staan aan de korte zijde bij A. Op de G staat een persoon. Deze draait zich om en zegt – wisselend langzaam en snel – “Annemaria Koekkoek!”. Als de persoon zich heeft omgedraaid moeten alle ruiters stilstaan. Degene die niet stilstaat moet terug naar de A. Het spel is gewonnen als de persoon op de G door een combinatie wordt gepasseerd.

Balkendans
Er ligt 1 balk minder in de bak dan dat er combinaties zijn. Op commando of fluitje mag je naar een balk toe. Voorbenen paard over de balk, achterbenen erachter. Wie het laatste over de balk staat is af.

Galopspel
De ruiters rijden achter elkaar in stap. De voorste gaat in galop. De opdracht is: ‘er moet altijd iemand galopperen’. Voordat de eerste achteraan is gesloten, geeft hij nummer 2 een teken dat deze in galop moet.
De opdracht kan worden: ‘er moeten altijd 2 in galop zijn’ en daarna ‘er moeten altijd 3 in galop zijn’

Oud Hollandsche Ruiterspeelen
Als er genoeg mensen zijn met lef, dan organiseren we onze befaamde ‘Oud Hollandsche Ruiterspeelen’. Allerlei verschillende hindernissen die je zo snel mogelijk moet zien te nemen. Zonder zadel natuurlijk. Kijk maar hoe het gaat op het filmpje hieronder.


Pakkertje met de zweep

Je hebt een zweepje in je laars gestoken. Een ander moet proberen het zweepje eruit te trekken. Als iedereen behalve 1 zijn zweepjes kwijt is, heeft degene met alle zwepen gewonnen.

Pionnendans
Er ligt 1 pion minder in de bak dan dat er combinaties zijn. Op commando of fluitje mag je naar een pion toe. Sta je op minder dan 1 meter afstand van de pion, dan hoor jij bij de pion. Wie het laatste bij een pion staat is af.

Relay race/parcours
Verdeel de spelers in paren. Ieder paar moet samen een parcours afleggen. Speler 1 neemt obstakel 1, speler 2 neemt obstakel 2, speler 1 neemt weer obstakel 3 etc. Als er een fout wordt gemaakt, moet het paar overnieuw. Het koppel met de snelste tijd wint.

Rood wit blauw
De bak wordt in drieën verdeeld. A= rood X=wit C= blauw. De spelleider noemt een kleur en de spelers moeten naar die kleur racen. Kies je de verkeerde kleur of ben je te laat dan ben je af.

Spel manegefiguren
Ik rijd ……. (het volgende manegefiguur uit het proevenboekje)
De voorste ruiter vult een figuur in en rijdt het figuur, de andere rijden hetzelfde figuur. De voorste sluit achter aan. Dan zegt de volgende wat hij gaat rijden.
Spelregels:
– eerst doen alle deelnemers een figuur in stap
– daarna doen alle deelnemers een figuur in draf
– elke keer moet een andere figuur worden uitgekozen
– als iemand het niet meer weet, sluit hij achter aan en mag de volgende
– als alle deelnemers geweest zijn en een deelnemer weet nog andere figuren, dan worden die nog gereden. Deze figuren mogen in stap of draf.

Stoplichtspel
Alle spelers rijden in de bak over de hoefslag. De spelleider geeft verschillende commando’s. Het stoplicht staat op rood – stilstaan, het stoplicht staat op groen – draven, het stoplicht staat op oranje – galopperen, afgesloten weg – omkeren,  hobbelweg – doorzitten. Doe je het fout of ben je te laat dan ben je af.

Tally-ho
Op alle 4 de hoeken staat een pion. Alle deelnemers staan in het midden van de bak.
1 deelnemer gaat bij de A staan en 1 deelnemer bij de C (op dezelfde hand). Op het startteken tally-ho rijden zij 1 ronde in stap, 1 in draf (en 1 in galop). Wie het eerste bij zijn letter terug is, heeft gewonnen.
Spelregels:
– gaat een ruiter een gang te snel, dan moet hij terug naar de letter, waarvóór hij in de verkeerde gang ging en dan pas mag hij weer verder;
– mist een ruiter een pion, dan moet hij ook terug;
– een ruiter mag zijn tegenstander inhalen, maar mag daarbij geen pion missen; gevaarlijke manoeuvres worden met uitsluiting bestraft;
– is één van de deelnemers gefinisht, dan is het spel ook voor de ander afgelopen.
Dit spel kan ook als estafette worden gespeeld. Dus team A met 2 ruiters gaat 1 rondje draf achter elkaar. Als de eerste door de ander is aangetikt met de zweep mag de volgende van start.Team B doet hetzelfde. Het team dat als eerste weer bij zijn startletter is heeft gewonnen.

Voltige spel
De spelers laten hun paard halthouden in het midden van de bak; vervolgens doen ze een aantal oefeningen zoals: de staart aanraken, oren aanraken, klein maken, groot maken, rondje in het zadel. Vervolgens doe je dit in stap en eventueel in draf.