
Paarden zijn voor ons wonderdieren. Zonder hun inzet zag ons leven er heel anders uit (en hadden we waarschijnlijk elke dag naar kantoor gemoeten, brrr!). Doordat zij klaarstaan voor onze gasten, kunnen wij genieten van het buitenleven. Maar om de kudde gezond en gelukkig te houden, wordt er achter de schermen hard gewerkt. Geen paard is hetzelfde en dat betekent zorg op maat.
Paarden zijn net mensen Martin ziet de dieren een beetje als mensen. “Ze praten niet, maar communiceren als de beste. Ze hebben net als wij gevoelens en primaire emoties zoals angst, blijheid en woede.” Zelfs walging kennen ze; je ziet het meteen aan hun gezicht als ze iets vies vinden. Omdat ze ons zoveel geven, proberen wij zo goed mogelijk aan hun natuurlijke behoeften te voldoen.
Paddock Paradise: Prikkels en beweging In de natuur leggen paarden grote afstanden af op zoek naar voedsel en water. Dat proberen we hier na te bootsen. Rondom onze weilanden hebben we zandpaden aangelegd volgens het ‘Paddock Paradise’ principe (bedacht door Jaime
Jackson). Dit padenstelsel rondom de weides heeft grote voordelen:
-
Beweging: De paarden blijven rondlopen van hooi, naar water, naar de schuilstal.
-
Harde voeten: De verschillende ondergronden zijn goed voor de hoeven.
-
Sociaal contact: Ze hebben contact met paarden in andere weitjes.
-
Ontdekken: We zetten ze regelmatig in andere stukken wei. Je ziet ze dan – vaak luid snurkend en dravend – het terrein opnieuw in kaart brengen met hun neus over de grond. Nieuwe geuren en smaken: de ultieme prikkel!
Slow Food: Eten kost tijd Wist je dat paarden in het wild wel 16 uur per dag eten? Wij voeren daarom volgens het ‘slow food’ principe: veel volume, maar weinig suikers.
-
Vezels en takken: Om de vertering te stimuleren en verveling tegen te gaan, voeren we regelmatig wilgen- en hazelaartakken. De paarden zijn er uren zoet mee om de bast eraf te pellen.
-
Grappig weetje: Soms schrikt een paard van zijn eigen tak. Ze lopen weg, de tak beweegt mee in hun mond en ze denken dat ze achtervolgd worden! Die ‘vlucht’ stopt pas als ze hun mond opendoen en de tak op de grond ploft.
-
Maaggezondheid: Een paard mag nooit langer dan 5 uur zonder eten staan, anders gaan maagsappen opspelen. In de winter voeren we daarom minimaal vier keer per dag hooi, plus een vitaminekoek.
Dikke maatjes en hiërarchie Paarden zijn kuddedieren en staan bij ons nooit alleen. Er ontstaan echte vriendschappen. Teagan en Aniba eten het liefst van hetzelfde bultje hooi, net als de minipaardjes Rebby en Fee. Toch is er ook rangorde. Sil is bijvoorbeeld de baas over Jara; bij het voeren moeten we zorgen dat daar zeker drie meter tussen zit, anders wordt het onrustig. Het blijft opletten, zeker in de zomer als het gras groener (en lekkerder!) is bij de buren.
Veilig en droog Onze paarden staan zoveel mogelijk buiten met schuilstallen. Zadok en Zanou hebben ’s nachts een stal met grote uitloop. Sinds de wolf in Nederland actief is, nemen we met onze kleintjes geen risico: minipaardjes Rebby en Fee slapen ’s nachts veilig binnen in de stal. Daarnaast is de strijd tegen de modder een jaarlijks terugkerend thema. Met greppels, duikers en heel veel zand zorgen we ervoor dat de paarden ook in natte periodes droge voeten houden op de paden.