

Hoe oud ben je? Ik ben de tel een beetje kwijtgeraakt. Ik kan me wel herinneren dat ik ben geboren vóór het jaar 2000.
Waar ben je geboren? In de stad Den Haag in Nederland.
Wat is de kleur van je ogen? Blauw.
Wat is de kleur van je haar? Steeds minder blond, maar gelukkig nog niet grijs.
Wat is je lengte? Mijn stokmaat is 1.68 meter. Ik ben kleiner dan Zanou, hij meet 1.71 meter.
Wat is je gewicht: Huh?? Daar lieg ik altijd over en ik houd niet van liegen. Ik kan je verklappen dat ik lichter dan mijn ruin Zanou ben. Hij eet ook veel te veel hooi.


Waar woon je? Op een boerderij in Elim, een dorpje dichtbij Hoogeveen, in de provincie Drenthe in Nederland.
Ben je getrouwd? Ja, met Martin. Op de foto zie je dat we veel lol hebben samen. Maar eh… we zijn het ook wel eens niet met elkaar eens, hoor!
Wat is je lievelingseten? Patat mét mayonaise, maar zónder spruitjes.
Wat is je lievelingskleur? Azuurblauw met een wit wolkje.
Waar heb je een hekel aan? Aan vroeg opstaan.
Heb je nog meer huisgenoten? Ja Popeye, onze hond. Hij is een Australian Sheepdog x Border Collie. Hij heeft echt altijd energie. O ja, en dan hebben we nog onze kudde van 12 pony’s en paarden. Maar die slapen niet in onze boerderij, maar vlak bij ons huis. Wist je trouwens dat paarden per 24 uur gemiddeld maar een half uurtje slapen?


Rijd je zelf ook paard? Ja, bijna elke dag. Ik rijd op Zanou, maar ook op Babeth en op Zadok. Mijn man Martin en ik rijden onze paarden zo vaak mogelijk om ze goed in conditie en aan de hulpen te houden voor onze lessen.
Leuk verhaal over Babeth: toen we haar kochten kregen we alle bekers mee die ze had gewonnen. Niet met dressuurwedstrijden of zo, maar op keuringen. Ze is kampioen geweest bij de veulens, de jaarlingen, de tweejarigen enzovoorts. Ze is ook echt knap, hè? Maar op de foto zie je haar denken: ‘Die bekers zijn toch niet eetbaar? Wat heb ik er dan aan?’
Op Zadok rijd ik wel het meest. We hebben mooie zandpaden tussen onze weilanden. Daar maak ik gezellige buitenritjes. We galopperen dan een paar rondjes om onze vijver of we stappen een rondje in het zonnetje.

Rijdt je man ook paard? Ja, hij rijdt elke dag, vaak zelfs 2 of 3 x per dag. Hij heeft een tijdlang wedstrijd gesprongen met Ismay, een merrie die we hebben overgenomen van mijn jongste zus. Zij was echt een fantastisch springpaard. Maar samen waren ze wel heel érg enthousiast en toen ze een keer het parcours verlieten, reden ze bijna een kinderwagen omver. Toen heeft mijn man besloten om maar niet meer te springen en is hij western gaan rijden.

Wat was je favoriete kinderboek als kind? Dat waren er meerdere, hoor! Zoals de serie ‘Black, de zwarte hengst’ van Walter Farley. En ‘Circuskind’ van Willy Corsari. En ‘Dick en Dalli en de pony’s’ van Ursula Bruns. Verder alle zielige dierenverhalen.
Heb je een droomwens? Zeker weten: een boek van mij in het Chinees vertaald. Dat lijkt me geweldig! Ik kan niet eens controleren of het wel mijn boek is, want ik kan geen woord Chinees lezen.
Haha, een fan van mij heeft mijn wens laten uitkomen en stuurde me deze cover toe. In het Nederlands is de titel ‘De huifkartocht’. Is dit goed vertaald in het Chinees? Geen idee!



Hoeveel boeken heb je geschreven? Ik heb 45 boektitels op mijn naam staan, waarvan 29 voor ponyliefhebbers. De meeste zijn voor het eerst uitgegeven door uitgeverij Zwijsen in Tilburg. Zes van mijn boeken zijn in het Duits vertaald en uitgegeven door Ravensburger Buchverlag. Daarnaast heb ik ook nog korte verhalen gehad in kranten en tijdschriften. Nu worden mijn boeken (her-)uitgegeven door Tadidom Publishers, de uitgeverij van mijn man en mij.
Heb je ook series geschreven? Ooit heb ik een boek geschreven waarvan het verhaal zich afspeelde op Manege De Koning. Daar heb ik drie vervolgen op gemaakt, maar het heeft nooit een serienaam gekregen. Het bleven losse titels: ‘Strijd om een pony’, ‘De stunt’, ‘Nachtmerrie’ en ‘Barrage’.
Daarna heb ik de serie ‘De mini-manege’ geschreven. Het ging over een meisje dat van een pony was afgevallen en de hele zomervakantie stil op bed moest liggen terwijl al haar vriendinnetjes lekker op vakantie waren. In de hoek van de kamer had ze een speelgoedmanege staan. Daar kon ze niet eens naartoe lopen. Daarom fantaseerde ze verhalen in haar hoofd. Het gekke was: de speelgoedmanege kwam écht tot leven! Het spannendste verhaal vind ik wel ‘Red Beyaart’, het paard van de vier Heemskinderen. De baas van het paard – Reinout – moest Beyaart laten verdrinken. Ik krijg nog kippenvel als ik er aan denk. Mijn hoofdpersoon accepteerde dit natuurlijk ook niet en kwam direct in actie om Beyaart te redden!
Nog een andere serie is ‘Liberty Love’ een soapserie van 4 delen. Deze serie gaat over liefde en competitie op een pensionstal. Heerlijk om te schrijven!

Wat vind je zelf het leukste boek dat je hebt geschreven? Oeps, moeilijke vraag. Het boek dat ik het laatst heb geschreven vind ik meestal het leukste boek. Ik ben nu bezig met een nieuw deel voor ‘Lovestories voor Ponylovers’ en het gaat een heel mooi verhaal worden over een meisje dat een groot verdriet moet overwinnen. Maar eh, één van de meest bijzondere boeken die ik heb geschreven is ‘In het paradijs gevangen’. Het gaat over een meisje dat ontvoerd wordt door een hele rijke man. Ze komt terecht op een landgoed met prachtige Arabische paarden en ontwikkelt een bijzondere band met een hengst. In het begin probeert ze te ontsnappen, maar later ze zich af: ‘wil ik wel weg uit dit paradijs?’


Wat zijn je hobby’s? Paardrijden (verrassing!); lezen (paardenbladen! en spirituele boeken); Netflix kijken; samen met vrienden eten.
Hoe oud was je toen je begon met paardrijden? Ik denk dat ik 9 was toen ik voor het eerst op een pony zat. Ik was met mijn vriendinnetje Jacky mee naar een vakantiepark waar je een pony kon huren bij het huisje. Je kon alleen maar zonder zadel rijden. Dat deden we hele dagen. Ik kan me nog herinneren dat ik korsten op mijn billen had omdat mijn pony zo’n harde ruggengraat had. Ik ben het meisje links op de foto.
Wat was je eerste paard? Dat was zusje Peer. Ze was de zus van een paard dat ik lang heb gereden. Hij heette Peer (van Pericles). Toen ik voor het eerst een eigen paard kon kopen, overleed Peer net aan koliek. Toen heb ik zijn zus maar gekocht. Dat had ik beter niet kunnen doen, want ze leek helemaal niet op haar broer. Hij was heel relaxed, maar zij was overal bang voor, vooral voor groot verkeer. Op een polderweg is ze een keer zo voor een tractor gesprongen. Ik ben zo geschrokken!



Wat is het leukste paard uit je leven? Dat is er niet per se maar eentje, hoor. Ik zou er wel een paar in het zonnetje willen zetten.
Bijvoorbeeld Ivo, onze fjord die 38 jaar is geworden. Hij kon echt alles: dressuur, springen, endurance, westernrijden. Hij is denk ik zo oud geworden omdat hij niet een gewone fjord was. De meeste fjorden denken maar aan 1 ding: hoofd naar beneden en grazen! En dan worden ze dikker en dikker. Ivo was altijd geïnteresseerd in zijn omgeving en stopte met grazen als er iets gebeurde. Hij is altijd redelijk slank gebleven. Ik heb met hem diverse westernwedstrijden gereden: trail, horsemanship, reining en polebending. En ik probeerde natuurlijk een echte cowgirl te worden zoals je op de foto ziet!
Hier zie je Halling. Hij lijkt een stoer paard te zijn. Hij was inderdaad héél groot, maar hij had maar een heel klein hartje. Toen hij net bij ons was, paste mijn schoonvader een nacht op onze paarden. Martin en ik waren een weekendje op stap. Maar ’s avonds laat werden we opgebeld. Mijn schoonvader kon Halling niet aan zijn halster pakken om hem op stal te zetten. Halling stond trillend in het midden van de bak en rende weg zodra mijn schoonvader dichterbij kwam. Toen zijn we midden in de nacht maar teruggekomen omdat we het zielig vonden voor Halling om de hele nacht in de kou te blijven staan.
Het heeft lang geduurd voordat hij bij ons was gewend, maar uiteindelijk is het gelukt. Ik heb hem leren steigeren op commando, dat was wel stoer!
En dan wil ik zeker Joost niet vergeten. We hebben Joost maar anderhalf jaar gehad. Ik had hem gekocht om een leuke kindershow met hem te maken. Hij kon geweldige kunstjes, zoals liggen, zitten en Spaanse pas. Helaas was Joost al wat ouder en kreeg hij melanomen (huidkanker), waaraan hij uiteindelijk is overleden. Ik heb daar veel verdriet van gehad, want Joost was de onschuld zelf, zóóó lief!


Heb je nog een ander beroep? Vroeger wilde ik dierenarts worden, maar ik was nogal slecht in biologie. Bovendien kon ik niet goed tegen bloed. Tsja, wat moet je dan? In het onderwijs natuurlijk! Ik ben dertien jaar lerares maatschappijleer geweest. Nu ben ik parttime schrijfster én parttime paardrij-instructrice en samen met mijn man heb ik een zorgboerderij waarin we logeeropvang bieden aan kinderen met ADHD, Autisme, hechtingsproblematiek e.d. Ze komen dan een weekend bij ons paarden verzorgen (ja, ook poep ruimen!), paardrijden en spelletjes doen. Of eh… een kleimasker nemen in onze vijver. Zie je Popeye op de achtergond? Hij denkt dat hij de opzichter is op onze terrein.
Wat zijn je werktijden? In de winter schrijf ik boeken en probeer ik het huis een beetje op te ruimen; in het voorjaar en in de zomer schilder ik huis en stallen, houd ik de straatjes onkruidvrij en ontvangen we gasten voor de B&B met paardrijles. En eh… in het najaar wacht ik tot het weer voorjaar wordt.