In de weilanden rond Hippago grazen zomer en winter 12 pony’s en paarden: 2 minipaardjes, 3 New Forestpony’s, een Connemarapony, een Fjord, een Haflinger en 4 KWPN’ers. In leeftijd variëren zij van 1,5 jaar tot 34 jaar. Een fors leeftijdsverschil dus. De jongste is de superbrave en vrolijke minipony Fee. Voor een paar brokjes en een knuffel huppelt ze de hele middag met je mee. De oudste is de nog altijd fitte Fjord Ivo. Hij is als 24 jaar bij ons. Ivo is onze mascotte. Wat een geweldig paard. Altijd en voor iedereen inzetbaar. Honderden kinderen hebben op hem leren rijden! In zijn jonge jaren, won hij in de westernsport regelmatig flinke prijzen. En ondanks al zijn verdiensten heeft hij nog altijd totaal geen sterallures. Ivo blijft Ivo, bravo! We zoeken nog een beeldhouwer om hem voor ons te vereeuwigen.

Hoe houden wij onze paarden?

Paarden zijn wonderdieren. Wat hebben wij niet aan ze te danken? Dat is enorm. Zonder hun inzet hadden we waarschijnlijk elke dag naar kantoor gemoeten. Brrr… Doordat zij alle dagen voor onze klanten klaar staan, genieten wij het hele jaar door van lekker buiten zijn, in het groen rond de boerderij. Maar om al die paarden gezond en fit te houden, moet wel wat werk worden verzet.

Want al die pony’s en paarden hebben zo hun eigen wensen. Geen paard hetzelfde. Dat betekent zorg op maat. Soms gaat Martin daar wel wat ver in, maar hij ziet dieren een beetje als mensen. “Ze praten niet, maar communiceren als de beste, zowel groots als subtiel. Ze hebben net als wij gevoelens en dezelfde primaire emoties. Dus de emoties die je aan de uitdrukking van mens en dier kunt aflezen: angst, verdriet, blijheid en woede. De bekende Nederlandse primatoloog Frans de Waal rekent daar ook walging onder. Hij heeft het dan weliswaar over apen, maar ook aan de uitdrukking van paarden is te zien als ze iets vies of onaangenaam vinden.”

Prikkels

Wat hebben onze paarden nodig? Schoon drinkwater en goed ruwvoer, de hele dag door. Dat spreekt vanzelf. Maar wat nog meer? Prikkels…prikkels…prikkels. Niets zo belangrijk voor dieren, en zeker ook paarden, als prikkels. In de vorm van afwisseling en afleiding. Op zijn minst door een maatje in de wei natuurlijk! Zodat ze elkaar even kunnen kroelen, samen aan de ren kunnen gaan of zich aan elkaar kunnen irriteren. Daarom staan onze paarden nooit langere tijd alleen.

Paarden horen buiten, in een kudde met een rangorde. Ze houden elkaar de hele dag in de gaten, zijn op zoek naar eten en drinken en zijn voorts voortdurend alert op gevaar als ze het landschap doorkruisen om te kunnen fourageren. Prikkels genoeg dus in de vrije natuur. Daar kunnen wij rondom ons huis niet tegenop. Maar voor de broodnodige variatie in beleving zetten we de paarden wel regelmatig in andere weitjes, zodat ze het terrein opnieuw kunnen verkennen. Wat gebeurt er dan? Het eerste dat ze doen, ook al hebben ze nog zo’n trek, is hun nieuwe omgeving in kaart brengen. Veelal luid snurkend, in draf, en met de neus over de grond, af en toe even halt houdend voor een snelle hap gras. Want verkennen van terrein is behalve kijken ook proeven en ruiken…geur- en smaakprikkels…! Als de boel een beetje is verkend, kan het rustige grazen beginnen. Dan weer hier, dan weer daar, altijd op zoek naar de lekkerste plukjes.

Slow food

Zoogdieren zijn graag en veel bezig met eten. Paarden helemaal. Wel 16 uur per dag. Maar dan wel slow food…veel volume, weinig calorieën. Veel gras betekent ook: veel suiker en calorieën. En dat is al gauw te veel van het goede. Want paarden hebben maar weinig nodig. Sommige lijken wel dik te worden van lucht. Zoals Jara. Vandaar dat we regelmatig calorie-arme takken voeren. Van wilgen en hazelaars. Die zorgen voor zogeheten structuur, ruwe vezels. Die stimuleren de vertering. En die takken zetten paarden aan het werk: ze zijn er in etappes vaak uren zoet mee. De bast van de wilgen, blijkbaar een lekkernij, wordt totaal afgeschild. Bijzonder is, maar niet zonder enig risico, dat sommige paarden een tak pakken en van die tak schrikken. Ze lopen weg met de tak in de mond en hebben het idee door de tak achterna te worden gezeten. Als je dit voor het eerst ziet, geloof je je ogen niet. De vlucht gaat van hard tot harder. Tot de mond een keer opengaat, de tak neerploft en er gelukkig een eind komt aan deze waanzinnige achtervolging.

Paarden moeten eigenlijk de hele dag door wat te knabbelen hebben. Zit er (veel) langer dan vijf uur tussen dan gaan bijtende maagsappen opspelen. Dat kan leiden tot maagzweren. Om dat te voorkomen, voeren we in de winter minimaal vier keer per dag hooi. Dat houdt ons ook lekker bezig. Dagelijks krijgen alle paarden bovendien een vitaminekoek.

Dikke maatjes

Sommige paarden kunnen samen van een bultje hooi eten, zoals Fly en Aniba. Dat zijn echt dikke maatjes. Hetzelfde geldt voor Rebby en Fee. Rebby is de baas, maar zo lang Fee het voer niet voor zijn mond wegtrekt is er niets aan de hand. En ook Zadok en Zanou eten het liefst samen.

Jara en Sil staan bij elkaar en moeten zeker drie meter uit elkaar worden gevoerd. Sil is de baas. En zo gauw beiden een kruiwagen met voer zien aankomen, worden ze onrustig. Ko-i-noor en Rosé staan samen. Ze kunnen wel een koek naast elkaar eten, maar geen hooi. Rosé draait direct haar kont naar Ko-i-Noor om te meppen. Oppassen dus om problemen te voorkomen.

Kieskeurige eter

Ivo (34) staat vaak met Ismay (29). Beiden hebben nog wel voortanden, maar geen kiezen meer. Ze kunnen daardoor niet goed meer kauwen. Ze krijgen daarom vijfmaal daags seniorenslobber. Tegen etenstijd begint Ivo al te kauwen en te kwijlen. Hij eet gelukkig goed en ziet voor zijn leeftijd dan ook nog goed gevuld uit. Wel morst hij veel en op stal smeert hij alles onder. Ismay (29) is een lastige en kieskeurige eter, en daarom moeilijk wat voller te krijgen. Met smakelijke brokjes door haar pap proberen we haar te verleiden.

In de zomer staan de paarden op rantsoen in het gras. Dat wil zeggen dat ze er elke dag een stukje bij krijgen. Anders zouden ze zich klem eten. Maar hoeveel geef je een paard, of pony? Vaak verkijk je je erop wat ze nog uit een stukje schijnbaar afgegraasd weiland weten te trekken. Onze ervaring is dat bijna alle paarden al snel te dik worden. Behalve dan Ismay. We laten haar vrijelijk over de zandpaden van het terrein lopen. Ze vindt het heerlijk om rond te struinen, wat te kijken en dan hier en dan daar wat te knabbelen. Als ze iemand tegenkomt, blokkeert ze vaak de doorgang. Ze wil dan graag even worden gekriebeld op haar schoft. Probeer maar eens als je hier bent. Echt. Ze vindt het heerlijk. Zelfs wie niets begrijpt van paardentaal, ziet haar dan intens genieten en opleven. Het is prachtig om op die manier contact met haar te leggen en te zien hoe een kleine geste direct in dankbaarheid wordt aanvaard. Die extra aandacht verdient ze ook. Bijna 20 jaar lang heeft dit super betrouwbare springpaard groot en klein door parcoursen geloodst. Totdat ze twee jaar geleden een tia kreeg, omviel tijdens een rijles en na een kwartier weer overeind kwam. Sindsdien is ze met pensioen. Van haar had het niet gehoeven. Regelmatig trekt ze nog een sprintje. Maar wij vonden haar inzet niet langer verantwoord. Gelukkig zijn er af en toe nog klanten die het leuk vinden om wat met haar aan de hand te doen.

Onze paarden en pony’s staan zoveel mogelijk buiten. Jara, Sil, Aniba, Fly, Rebby en Fee hebben schutstallen. Zij kunnen altijd naar buiten. Zadok en Zanou hebben voor de nacht een stal met grote uitloop. De andere vier (Ivo, Ismay, Rose en Ko-i-Noor) staan alleen in herfst en winter ’s nachts op stal. Bij droog weer staan ze buiten. Bij harde wind en extreme koude of regen gaan ze op stal. Je ziet ze bij zulk weer in het weiland al gauw de luwte opzoeken. Uit de wind achter een walletje, bosschage of een pipowagen op het terrein.

Een zorg in de winter is altijd de nattigheid. Om water uit weilanden te krijgen, hebben we veel ingrepen gedaan. Slootjes en greppels gegraven, duikers gelegd, weilanden laten aflopen. En vooral heel veel zand aangevoerd voor paden en droge plekken bij in- en uitgangen.