
Binnen de westernsport bestaan de halterklassen uit Showmanship at Halter en In Hand Trail. Hoewel beide disciplines ‘aan de hand’ zijn, is er een duidelijk verschil. Bij Showmanship at Halter wordt het vakmanschap van de voorbrenger beoordeeld. Bij In Hand Trail draait het daarentegen volledig om de behendigheid, het vertrouwen en de gehoorzaamheid van het paard.
Wat is Trail?
Trail betekent letterlijk ‘spoor’. Bij het westernrijden staat Trail voor het volgen van een spoor in de vrije natuur. In de wedstrijdring wordt dit nagebootst met een parcours vol hindernissen. Denk hierbij aan:
-
Een hek openen en sluiten.
-
Over balken stappen (simulatie van omgevallen bomen).
-
Over een brug lopen.
-
Achterwaartse figuren (bijvoorbeeld in een L-vorm).
-
Slalommen tussen obstakels.
Het paard moet bij alle onderdelen volledig vertrouwen op zijn begeleider en mag niet schrikken van vreemde geluiden of voorwerpen. Waar je bij een Western Trail het parcours rijdend aflegt, nemen paard en begeleider bij In Hand Trail de hindernissen lopend naast elkaar.
Spelregels van In Hand Trail
Om een In Hand Trail goed uit te voeren, gelden er specifieke regels:
-
Gangen: De gevraagde gangen zijn de walk (stap) en jog (draf). Tussen de hindernissen moet voldoende ruimte zijn om deze gangen goed te kunnen tonen.
-
Houding: Het paard moet ontspannen zijn en het hoofd in een natuurlijke positie dragen (maantop lager dan de schoft).
-
Leiden: Het geleidetouw wordt gedurende het hele pattern (parcours) in twee handen gedragen, tenzij één hand nodig is voor een hindernis (zoals het hek).
-
Aanraking: Het is niet toegestaan het paard aan te raken, behalve als hulp bij de sidepass (zijwaarts). Andere aanrakingen gelden als strafpunten.
-
Hulpen: Stemhulpen zijn toegestaan, mits op fluisterniveau.
De Hindernissen
Een officieel pattern bestaat uit minimaal 6 hindernissen, waarvan er 3 verplicht zijn.
Verplichte hindernissen:
-
Het hek: Openen, doorgaan en sluiten. Dit moet met de linkerhand gebeuren (vanaf de linkerkant van het paard) en op een veilige manier.
-
Balken: Minstens vier liggende balken waar overheen gestapt of gedraafd wordt.
-
Achterwaarts: Een hindernis waarbij het paard achteruit moet, bijvoorbeeld door een smalle doorgang van balken of een slalom.
Optionele hindernissen (voorbeelden):
-
Slalom.
-
Een voorwerp verplaatsen (terwijl het paard stilstaat).
-
Over een houten brug lopen in walk.
-
Een regenjas of cape aan- en uittrekken.
-
Zijwaarts over een hindernis gaan (max. 30 cm hoog).
-
Een vierkant van balken waarin een draai (turn) gemaakt wordt.
-
Het geleidetouw neerleggen, een cirkel om het paard lopen en weer oppakken (ground tie).
In Hand Trail bij Hippago
Voor het onderdeel In Hand Trail kunnen bijna alle paarden van Hippago worden ingezet. Echter, elk paard heeft zijn eigen talent. Een groter, zwaarder paard kan soms wat meer moeite hebben met de precisie tussen de balken dan een lichtvoetig paard. Ook vergt het de juiste techniek om een paard netjes aan de hand in draf te krijgen.
Wij kijken daarom altijd naar de combinatie: onze makkelijkste en meest ervaren paarden koppelen we aan de beginnende deelnemers, zodat zij het vertrouwen kunnen opbouwen.
Voor het onderdeel In Hand Trail kunnen bijna alle paarden van Hippago worden gebruikt, maar de één is natuurlijk veel makkelijker dan de andere. Een lomp paard zal overal tegenaan stoten en dat leer je ze ook niet af. Ook krijg je niet elk paard meteen in draf. Wij geven onze makkelijkste paarden altijd aan de meest onervaren deelnemers. Voor foto’s en filmpjes, kijk op de pagina De kudde van Hippago.
Leestip: patterns van de WRAN

